U bent hier: Home / Home / Leuvense Economische Standpunten

Leuvense Economische Standpunten

 
LES 2016/161 Piketty's "Kapitaal" in een (kritische) notendop
door Lode Berlage
  6 oktober 2016  
 
  • Dit LES heeft een dubbel doel. Vooreerst geven we een beknopte samenvatting van Piketty's analyse in "Kapitaal in de XXIste eeuw". Daarnaast formuleren we ook kritische bedenkingen bij sommige elementen van wat intussen een bestseller geworden is.

  • Piketty trekt de aandacht op de explosieve groei van de omvang van het vermogen sinds 1950. Dat ging gepaard met een grondige wijziging in de samenstelling van dat vermogen: landbouwgrond werd vervangen door woningbezit. 
  • Piketty legt een verband tussen de toename van het vermogen en de evolutie van het aandeel van inkomen uit vermogen in het nationale inkomen. In sommige landen is het aandeel van het inkomen uit vermogen in het nationaal inkomen gestegen. Maar dat doet zich wel pas voor vanaf de jaren 1970,  en in duidelijk mindere mate dan de toename van de verhouding kapitaal t.o.v. nationaal inkomen.
  • Ook de evolutie van de verdeling van het vermogen verschilt van land tot land. In Frankrijk was de verdeling van het vermogen extreem ongelijk in de 19de eeuw en dat bleef zo tot aan de eerste wereldoorlog. De vermogensconcentratie nam sterk af tot 1970 en bleef daarna min of meer stabiel. In de Verenigde Staten was de vermogensconcentratie oorspronkelijk minder groot, maar ze steeg tijdens de laatste decennia wel sterker.
  • Ook de recente evolutie van de inkomensverdeling verschilt van land tot land. De vermogensconcentratie is daarvan niet de belangrijkste determinant.
  • Piketty biedt een boeiende analyse van de evolutie van de inkomensverdeling. Maar dat kapitaal daarin een overwegende rol zou spelen, zoals de titel van zijn boek suggereert, wordt niet bevestigd door de evolutie van de voorbije drie decennia.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
LES 2016/160 Het Vlaamse subsidiebeleid voor zonnepanelen
door Olivier De Groote, Guido Pepermans en Frank Verboven
  26 augustus 2016  
 
  • De subsidies voor zonnepanelen via groenestroomcertificaten leidden in minder dan vier jaar tot een hoge adoptiegraad van 8,5% bij de Vlaamse gezinnen.

  • Vooral de hogere inkomens maakten gebruik van de subsidies. Op plaatsen waar het gemiddeld inkomen 10% hoger is, is het aantal zonnepanelen 16% hoger (en omgekeerd). 
  • Bij hun investeringsbeslissingen gebruikten gezinnen een reële impliciete intrestvoet van 13%, beduidend hoger dan de marktrente. Gezinnen zijn dus onvoldoende vooruitziend bij het afwegen van onmiddellijke kosten tegen toekomstige baten.
  • Dit betekent dat een alternatieve aanpak bestaande uit onmiddellijke investeringssubsidies dezelfde adoptiegraad had bereikt aan een budgettaire kost die 1,7 miljard lager was.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
LES 2016/159 Quo vadis TTIP? Economische logica en implicaties voor de Belgische export
door Jan Van Hove en Sophie Soete
  29 juli 2016  
 
  • De onderhandelingen over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) hebben geleid tot een belangrijk debat omtrent de impact van TTIP op handel en welvaart. Dit LES formuleert opmerkingen bij de TTIP-onderhandelingen vanuit een economisch perspectief. We staan ook stil bij de Belgische exportperformantie in de Verenigde Staten en de potentiële impact van TTIP op de Belgische exportlanden.

  • De impact van TTIP is complex en niet eenduidig. Daaruit besluiten we dat TTIP in hoofdzaak gemotiveerd kan worden vanuit globale strategische overwegingen. De uitgebreide onderhandelingsagenda dreigt te leiden tot een snel en oppervlakkig akkoord. We pleiten voor een akkoord op langere termijn met meer diepgang waarbij diverse thema's buiten TTIP worden gehouden. 
  • TTIP leidt via diverse kanalen tot een potentiële groei van de Belgische export naar de Verenigde Staten: 1) Verdere tariefliberalisering zal vooral specifieke sectoren ten goede komen. Specifiek voor België lijkt hierin vooral potentieel te zitten voor de voedingsindustrie en de textiel-, leder- en schoenenindustrie; 2) De afbouw van niet-tarifaire belemmeringen zal de export stimuleren in de belangrijkste Belgische exportsectoren (chemie, vervoersmaterieel, machines); en 3) Er is duidelijk ruimte voor meer productdiversificatie in de Belgische export naar de Verenigde Staten.
  • Het aantal Belgische exporteurs naar de VS is beperkt en relatief sterk geconcentreerd in een aantal industriële sectoren. Het belang van TTIP is dus beperkt tot een selectie van Belgische exporteurs, tenzij TTIP is dus beperkt tot een selectie van Belgische exporteurs, tenzij TTIP helpt betere markttoegang tot de Verenigde Staten te realiseren voor nieuwe exporteurs. Vooral KMO's hebben nood aan een sterke ondersteuning om de Amerikaanse markt te betreden.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
Obituary: Anton Barten (1930-2016)
 
  July 13 2016  
 

Anton Barten passed away on June 15, 2016 at the age of 86. We lost an inspiring researcher and a true gentleman, who has been very important for both the Department of Economics at KU Leuven and CORE. Ton Barten was a Fellow of the Econometric Society and a corresponding member of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
In memoriam: Anton Barten (1930-2016)
 
  13 juli 2016  
 

Op 15 juni 2016 is Anton Barten op zesentachtigjarige leeftijd overleden. Met hem verliezen we een inspirerende onderzoeker en een innemende man, die zowel voor het Departement Economie van de KU Leuven als voor CORE zeer belangrijk is geweest. Ton Barten was Fellow van the Econometric Society en corresponderend lid van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
LES 2016/158 Brexit: to BE or not to BE? Macro-economische implicaties voor België
door Jan Van Hove
  17 mei 2016  
 

Naarmate het Britse referendum over de uittreding van het Verenige Koninkrijk uit de Europese Unie nadert, leidt de economische impact van een Brexit tot grote discussies. In dit standpunt bekijken we de macro-economische implicaties voor de Belgische economie vanuit een gedetailleerd perspectief. De belangrijkste inzichten uit deze studie kunnen als volgt worden samengevat:

  • Door de intensieve aanwezigheid en sterke prestaties van Belgische exporteurs op de Britse markt, zijn de gevolgen van een Brexit voor België relatief groter dan voor andere Europese landen.
  • Een Brexit dreigt vooral de de-industrialisatie in een aantal tradioneel sterke industrieën in België te versnellen. In het bijzonder de textielindustrie en de voedingsnijverheid zijn kwetsbaar.
  • Algemeen gesproken zullen vooral enkele kleine open Europese economieën worden getroffen door een Brexit. Dit zal leiden tot een asymmetrische schok in de Europese economie. Door de eenheidsmunt en het gemeenschappelijk monetair beleid in de Europese Monetaire Unie (EMU) zal deze schok niet kunnen worden opgevangen via een verandering in de wisselkoers. Bijgevolg zullen aanpassingen in de reële Belgische economie noodzakelijk zijn om de Belgische concurrentiekracht op peil te houden. Deze reële aanpassingen kunnen mogelijk grote gevolgen hebben voor de Belgische arbeidsmarkt en de specialisatie van de Belgische economie.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
LES 2016/157 Hoe duurzaam is het Chinese bestuursmodel?
door Jo Van Biesebroeck
  3 mei 2016  
 
  • We beschrijven het Chinese bestuursmodel aan de hand van zes unieke aspecten.
  • Drie eigenschappen van top-down bestuur: autocratisch leiderschap, meritocratisch personeelsbeleid, en intens lobbyen achter de schermen.
  • Drie eigenschappen die de basis vormen van de werking en legitimatie van de partij: controle over de bureaucratie, frequente betogingen en demonstraties en wijdverspreide corruptie.
  • We gaan vervolgens na hoe de twee grote uitdagingen van het moment - de anti-corruptie campagne en de transitie van de industrie naar de dienstensector - dit bestuursmodel onder druk zetten.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
LES 2016/156 Een economische blauwdruk voor het internationale wegwielrennen
door Wim Lagae en Daam Van Reeth
  24 februari 2016  
 
  • De afwezigheid van een economische hefboom naast sponsoring, de zwakke economische regulering, de (weg)zappende sportconsument en de dichtslibbende openbare weg bedreigen het huidige wielerbusinessmodel.
  • Mecenassen en opgeblazen kijkcijfers stuwen de niet-marktconforme budgetgroei van wielerteams.
  • Externe sectorversterking, met aanpak van het managementdeficit leidt tot een duurzamer businessmodel.
  • Een versnelde uitbouw van een voldragen vrouwelijke competitievariant is prioritair.
  • Een drastische reductie van het aantal renners per team en innovatieve wedstrijdformules verhogen de spankracht en fanwaarde.
  • Externe sectormanagers en -artsen zijn een hoeksteen in de professionalisering van het veiligheids- en gezondheidsmanagement.

LES 2014/141 thumbnail

 

 
LES 2015/155 Hoe het loon van een burgemeester de bevolkingsgroei en bouwvergunningen van een gemeente bepalen
door Kristof De Witte en Benny Geys
  21 december 2015  
 
  • Het loon van de burgemeester en schepenen, en het aantal schepenen en gemeenteraadsleden worden bepaald volgens het aantal inwoners van de gemeente.
  • Daarbij doen zich sprongen voor bij bepaalde bevolkingsdrempels.
  • Belgische gemeenten die bijna de bevolkingsdrempels bereiken waarbij het loon verhoogd en het aantal gemeenteraadsleden uitgebreid wordt, kennen een sterkere bevolkingsgroei dan andere gemeenten.
  • Gemeenten net onder de bevolkingsdrempel reiken merkbaar meer bouwvergunningen uit voor appartementen en renovaties.
  • De bijkomende bouwvergunningen vallen vooral in de eerste jaren na de verkiezingen zodat de bevolkingsgroei het grootst is het jaar voor de relevante meetdatum.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2015/154 De Turteltaks en het protectionistisch hernieuwbare energiebeleid in Vlaanderen
door Lotte Ovaere en Stef Proost
  18 december 2015  
 
  • Hernieuwbare energie heeft niet gezorgd voor minder CO2-uitstoot in de Europese Unie.
  • De meest efficiënte manier om een bepaald niveau hernieuwbare energie te bereiken is via internationale handel in groene energie.
  • De veel grotere steun die zonnepanelen in Vlaanderen hebben ontvangen, is inefficiënt en kan enkel verklaard worden door politieke en electorale motieven.
  • We moeten afstappen van het protectionistisch beleid voor groene energie.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2015/153 Klimaatbeleid na 2020: mag het iets meer zijn?
door Johan Eyckmans
  21 november 2015  
 
  • De vrijwillige emissiereducties die landen beloofd hebben in de aanloop naar de klimaattop in Parijs zullen de groei van de uitstoot vertragen maar ze volstaan niet om de opwarming op termijn onder 2°C te houden.
  • De grootste uitdaging voor het internationale klimaatbeleid op lange termijn is de vraag hoe de grote voorraden fossiele energie in de grond gehouden kunnen worden.
  • Om de Europese 2020 doelstellingen voor broeikasgasemissies en hernieuwbare energie te behalen, zullen we in België een beroep moeten doen op internationale certificaten omdat de interne maatregelen onvoldoende blijken.
  • De discussie tussen de regio's en de federale overheid over de verdeling van de EU-doelstellingen voor 2020 is achterhaald en futiel in het licht van de reducties die we tegen 2030 zullen moeten halen.
  • Een effectief en ambitieus klimaat- en energiebeleid vereist een doorgedreven samenwerking en afstemming tussen alle beleidsniveaus en -domeinen, veel meer dan momenteel het geval is in België.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2015/152 Diesel-gate ... maar wat loopt er echt fout?
door Bruno De Borger, Lotte Ovaere en Stef Proost
  30 oktober 2015  
 
  • Er is geen goede reden geweest om het gebruik van dieselauto's minder te belasten dan benzinewagens; nochtans gebeurt dit al meer dan 20 jaar.
  • Er is ook geen goede reden om het gebruik van elektrische wagens onbelast te laten; ze veroorzaken evengoed files en ongevallen als de andere auto's.
  • Lage emissiezones invoeren in de grote agglomeraties wordt moeilijk wanneer meer dan de helft van het wagenpark bestaat uit dieselauto's.
  • Het is tijd voor een cordontol of rekeningrijden rond de grote agglomeraties zodat files en vervuiling tezamen kunnen aangepakt worden.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2015/151 Lang leven in België: een nieuwe prognose
door Katrien Antonio en Sander Devriendt
  30 juni 2015  
 
  • Langlevenrisico ontstaat wanneer financiële instellingen en de sociale zekerheid geconfronteerd worden met zwaardere verplichtingen, omdat de groep van begunstigden langer zal leven dan de gehanteerde prognoses en modellen verwachten.
  • Goed onderbouwde sterfteprognose modellen zijn dus essentieel in discussies waain evoluties in levenverwachting een rol spelen. Zij geven bijvoorbeeld relevante input  in het debat rond het koppelen van de pensioenleeftijd of de lengte van de loopbaan aan evoluties in de levensverwachting.
  • Dit LES schetst de hoofdlijnen van ons onderzoek rond sterfteprognose en biedt een alternatief voor de methode gehanteerd door het Federaal Planbureau.
  • Ons prognosemodel geeft inzicht in scenario's voor toekomstige levensverwachting en kan gehanteerd worden bij het rekenen met sterftekansen in het kader van actuariële correcties bij pensionering voor of na de normale pensioenleeftijd, zoals voorgesteld in de tekst van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2015/150 Hoe referenda kunnen bijdragen tot een efficiëntere lokale overheid
door Kristof De Witte
  26 mei 2015  
 
  • Overheden moeten met minder middelen meer doen.
  • De vraag is vooral hoe deze efficiëntiewinsten behaald kunnen worden.
  • Referenda zorgen ervoor dat burgers kunnen deelnemen aan het beleid.
  • Dit zorgt voor een stijging van de efficiëntie van de lokale overheid.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2015/149 Huishoudens zonder werk in België
door Frank Vandenbroucke en Vincent Corluy
  13 mei 2015  
 
  • Hoeveel mensen zijn er werkloos?  In hoeveel huishoudens is er niemand aan het werk? Dat zijn twee verschillende vragen.
  • De eerste vraag verwijst naar individuele werkloosheid. Met de tweede vraag introduceren we een nieuw concept: “huishoudwerkloosheid”.
  • De antwoorden op deze twee vragen geven tegenstrijdige signalen over de evoluties op de arbeidsmarkt.
  • In dit LES brengen we de verdeling van werk over huishoudens in kaart. We doen dat door de feitelijk geobserveerde huishoudwerkloosheid te vergelijken met een hypothetische situatie waarin werk ‘toevallig’ verdeeld zou zijn  over huishoudens. Het verschil tussen de twee fenomenen is een maatstaf voor ‘polarisatie’ van werk.
  • In dit LES tonen we aan dat deze polarisatie sterk is in België en dat er veel mensen in een werkloos huishouden leven.
  • Deze polarisatie is één van de redenen waarom België niet goed presteert inzake armoede bij kinderen.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2015/148 20 jaar belastingen en uitkeringen in België in vogelperspectief
door André Decoster en Toon Vanheukelom
  24 april 2015  
 
  • We gebruiken ons microsimulatiemodel om 20 jaar beleidskeuzes in België samen te vatten.
  • We berekenen koopkrachteffecten en veranderingen in werkincentieven voor de periodes 1992-2001, 2001-2007 en 2007-2012.
  • De keuze van het referentiescenario van "ongewijzigd beleid" is curciaal: ofwel passen we het systeem aan met inflatie ofwel garanderen we dat alles welvaartsvast is.
  • Het beleid van de laatste twee decennia heeft de herverdeling versterkt, maar de werkprikkels verslechterd.
  • Tegen de achtergrond van welvaartsvastheid van uitkeringen is een belangrijk deel van de herverdeling na 2000 een inhaaloperatie voor de saneringen van de jaren negentig.
  • De werkbonus is een maatregel die de werkprikkels verbetert zonder dat er ingeboet wordt aan herverdeling.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2015/147 De begroting als een publieke grabbelton versus civiel kapitaal 
door Wim Moesen
  12 maart 2015  
 
  • Een hoge schuldgraad van een land gaat hand in hand met een laag civiel kapitaal. In een reeks van 21 rijke industrielanden staat België pas op plaats 15 voor civiel kapitaal.
  • Voor de omvang van de publieke sector neemt België een vierde positie in, toevallig samen met Zweden. Voor de performantie van de overheid (cijfergegevens van de Wereldbank) vinden we België op plaats 11 en Zweden op 3.
  • Te veel budgettaire beslissingen zijn wormstekig of verspreiden een vreemd geurtje van publieke profijtjes.
  • Er kunnen efficiëntiewinsten geboekt worden. De social profit doet het wel goed.
  • De beleidmakers van de Eurozone slaan de bal mis. De gewone begroting moet in evenwicht zijn, maar voor de overheidsinvesteringen mag wel geleend worden. Terug naar de gouden financieringsregel dus. Zeker in een periode met dreiging van deflatie en stagnatie van de reële economie.
 
LES(s) 2015/146 Hoe duurzaam is duurzaam transport?
door Stef Proost
  2 maart 2015  
 
  • Extra inspanningen om het brandstofgebruik in auto's en vrachtwagens te verminderen in de EU leveren momenteel wellicht geen bijdrage tot het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld.
  • Deze inspanningen zijn niet effectief inzake klimaatbeleid en zijn ook duur.
  • Dit is het resultaat van twee handicaps: het ontbreken van een wereldklimaatakkoord en het bestaan van een grote rente bij de verkoop van de bestaande oliereservers.
  • Verminderen van oliegebruik is duur in de transportsector omdat olie daar driemaal meer kost dan in andere sectoren.
  • Het is tijd om zich te concentreren op de transportproblemen die we wel kunnen aanpakken: files, lokale luchtverontreiniging en ongevallen.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2015/145 Hoe CO2-emissies terugdringen: belasting op de wagen of op de brandstof?
door Laura Grigolon, Mathias Reynaert en Frank Verboven
  10 februari 2015  
 
  • Europese consumenten brengen slechts 87% van hun verwachte toekomstige brandstofkosten in rekening bij de aankoop van een nieuwe wagen.
  • Bijgevolg investeren ze onvoldoende in zuinige auto's met een laag verbruik.
  • Dit is echter geen reden om wagens te belasten op basis van hun verbruik of CO2-uitstoot.
  • De meest effectieve - en tevens eenvoudigste - belasting blijft de traditionele accijns op brandstof (benzine en diesel), want deze belasting richt zich rechtstreeks op de chauffeurs die veel kilometers rijden.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2014/144 Neemt de ongelijkheid in de wereld nu toe of af?
door Kristof Bosmans, Koen Decancq en André Decoster
  26 november 2014  
 
  • Er blijkt consensus te zijn dat de ongelijkheid tussen landen in de wereld is afgenomen.
  • Maar de manier waarop ongelijkheid wordt gemeten, bepaalt mee het resultaat.
  • Bij het vastleggen van de meetlat van ongelijkheid zijn waardeoordelen onvermijdelijk.
  • Eén daarvan behelst de keuze tussen het meten van groei in centen of procenten. We noemen dit het absolute en het relatieve perspectief.
  • We tonen aan dat voor een ruime waaier aan waardeoordelen ook kan geconcludeerd worden dat de ongelijkheid tussen landen is toegenomen over de periode 1980-2009.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2014/143 Beleid rond vroegtijdig schoolverlaten is de investering waard
door Kristof De Witte
  12 november 2014  
 
  • Bijna 1 op 7 jongeren verlaat het Vlaams onderwijs zonder diploma.
  • Elke euro voor beleid tegen vroegtijdig schoolverlaten verdient zichzelf achtvoudig terug.
  • We zetten de beste leerkrachten best in bij het begin van het onderwijstraject van jongeren.
  • Vlaams beleid rond vroegtijdig schoolverlaten kan leren van Nederlandse ervaringen.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2014/142 Kunnen we de prijsevolutie van woningen verklaren
door Sven Damen, Frank Vastmans en Erik Buyst
  21 oktober 2014  
 
  • De afgelopen 20 jaar zijn de woningprijzen veel sterker gestegen dan het inkomen.
  • Tijdens dezelde periode zijn ook de intrestvoeten sterk gedaald en is het fiscaal voordeel in 2005 fors toegenomen.
  • Dit resulteert in een hogere ontleningscapaciteit, gegeven dezelfde netto afbetalingslast.
  • Op de lange termijn is deze ontleningscapaciteit de belangrijkste verklaring voor de evolutie van de woningprijzen.
  • Ook in andere landen die variatie in fiscale woonvoordelen of type hypotheekleningen  hebben gekend, vinden we evidentie voor deze relatie.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES(s) 2014/141 Jobcreatie door Starters
door Karen Geurts
en Jo Van Biesebroeck
  8 oktober 2014  
 
  • Niet kleine, maar jonge bedrijven zijn de motor van jobcreatie
  • Klassieke statistieken jagen het aantal starters en stopzettingen, en vooral het aantal jobs dat daarbij wordt gecreëerd en vernietigd, kunstmatig de hoogte in.
  • De meeste starters zijn onvoldoende gewapend tegen de concurrentie en falen. Vele andere hadden nooit de ambitie om te groeien.
  • Maar een kleine groep jonge bedrijven ontdekt dat ze efficiënter zijn dan anderen. Zij groeien sterk en leveren een blijvende bijdrage tot jobcreatie.
LES 2014/141 thumbnail
 
LES 2014/140 Zijn toelatingsvoorwaarden in het hoger onderwijs wenselijk? 
door Koen Declercq 
en Frank Verboven
  30 september 2014  
 

De selectie van studenten gebeurt niet in het begin van de studies, maar na het eerste jaar. Ongeveer 28% van de starters behaalt geen bachelor diploma, en 30% behaalt een diploma met vertraging. Declerq en Verboven tonen aan dat dit “open systeem” zonder toelatingsvoorwaarden geen garantie vormt voor een brede toegang voor alle sociale groepen. De invoering van milde tot gematigde toelatingsvoorwaarden blijken alleen positieve effecten te hebben: het aantal diploma’s stijgt doordat studenten sneller de juiste studierichting kiezen, de studieduur daalt, en er beginnen minder studenten die hun studies nooit afmaken. Deze moeten ernstiger overwogen worden, naast maatregelen voor een vlottere heroriëntatie na verkeerde studiekeuzes en bijkomende stimulansen om de studieduur te beperken.

 

VORIGE LEUVENSE ECONOMISCHE STANDPUNTEN

 

De “Leuvense Economische Standpunten” worden opgevat als een vrije wetenschappelijke tribune waarin de stafleden van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen opiniërende studies en essays publiceren. De opzet bestaat erin om op bevattelijke wijze een reeks van inzichtverhelderende en beleidsoriënterende economische standpunten te brengen. Ze vormen een paar met de verkorte versie LES(S), waarin we een langere wetenschappelijke paper of publicatie met beleidsrelevante resultaten samenvatten.